Pieter v.d.Hoogenband: Geloof in je eigen droom
PVDH in column: Geloof in je eigen droom
door Jos van Kuijeren - 17/06/2010,
Pieter van den Hoogenband schrijft regelmatig columns in De Telegraaf. Hier is er weer een, die elke aankomende zwemmer of de ouders gelezen moet hebben aan de vooravond van de NJK en de Jaargangsfinales over enkele weken.
Maandag 30 mei had ik een huilende Maarten van der Weijden aan de lijn. "Piet, we zijn ons record kwijt", verstond ik tussen het snikken door. Ik dacht in eerste instantie nog dat-ie het over het record synchroon Big Macs eten in de olympische vreetschuur had. Dat hadden Maarten en ik op 22 augustus 2008 - ná onze races, uiteraard - na acht jaar afgepakt van het illustere judoduo Dennis van der Geest en Ben Sonnemans. Zij propten er in 2000 in Sydney ooit in het olympisch dorp samen tien naar binnen. Bij Maarten en mij stokte de teller in Peking pas bij elf. Plus een bakkie kipnuggets, maar die telde niet mee voor het record.
Maarten doelde op een heel ander record. Het oudste jaargangrecord dat nog op mijn naam stond: de beste Nederlandse tijd voor 11-jarigen. 1.04,14 mét elektronische tijdwaarneming, 21(!) jaar geleden gevestigd in Amersfoort. De enige die er ooit bij in de buurt was gekomen, was Maarten. Drie jaar later (in 1992) liet hij in Maastricht - handgeklokt - 1.04,1 noteren. Aangezien dit zowel 1.04,10 als 1.04,19 kon betekenen, stonden wij sindsdien samen in de boeken als recordhouder. Tot het laatste weekeinde van mei 2010 dus. Toen zwom ene Nyls Korstanje van Aqua Novio '94 ons record met 1.03.28 aan flarden bij de Gelderse kampioenschappen.
Samen met Maarten haalde ik herinneringen op aan vroeger. Aan de tijd toen we nog 11 jaar waren en eigenlijk maar wat deden. Trainen? We gingen gewoon lekker zwemmen. Af en toe hadden we een wedstrijdje waar we zo hard mogelijk heen en weer probeerden te gaan, omdat we dan na afloop een medaille kregen. Geen van ons had toen al het geringste besef dat-ie ooit olympisch kampioen zou kunnen worden, al werd ik persoonlijk in die fase (na de Spelen van Seoel in 1988) wel gepakt door het virus van de Spelen. Eigenlijk wilde ik na 1988 liever Marco van Basten of Ruud Gullit worden. Maar zoals u inmiddels in de reclame voor Calvé-pindakaas heeft kunnen zien, was dat een kansloze missie.
Dankzij Nyls' prestatie speelde ik de film van mijn carrière weer in vogelvlucht in mijn hoofd af. Mijn ouders en mijn trainers - met name Titus Mennen en Jacco Verhaeren - verdienen een Oscar voor de belangrijkste bijrol. Al besef je, vooral in het geval van je ouders, pas later wat ze allemaal voor je hebben betekend. Sterker nog: zonder de steun van ouders is het voor een talent vrijwel onmogelijk om de top te halen. Laat staan olympisch kampioen te worden. Ik wens Nyls in ieder geval loyale en betrokken ouders toe. Die hem niet alleen pamperen en op een voetstuk zetten, maar hem bij tijd en wijle ook een spiegel voorhouden en wat tegengas geven. En daarnaast gun ik Nyls uitstekende trainers die hem - waar nodig - ook op tijd los durven te laten als hij aan de volgende fase in zijn carrière toe is.
Toen onze tranen waren opgedroogd, beseften Maarten en ik dat we vooral blij moeten zijn. Blij dat zich weer een supertalent heeft aangediend dat straks in baan 4 misschien wel de hele wereld aan gort gaat zwemmen op de 100 vrij. Of wellicht kiest Nyls wel voor het open water, wie zal het zeggen? Wat ik in ieder geval wel hoop, is dat hij later hetzelfde kan zeggen als ik: dat de sport hem veel heeft gegeven. En dan heb ik het zeker niet alleen over titels, medailles en records. Pas toen ik door had dat ik meer dan gemiddelde kwaliteiten als zwemmer bezat, kreeg ik langzaam maar zeker meer zelfvertrouwen. Ook buiten het water. De ultieme overwinning op mezelf behaalde ik toen ik de hoofdrol in de eindmusical in groep 8 kreeg. Twee jaar daarvoor had ik me nog niet eens voor een rolletje als boom aangemeld. Maar nu voelde ik me Tarzan, Joseph en Zorro tegelijk.
Beste Nyls, ik hoop dat je in 2028, op eigen bodem, voor de derde keer op rij olympisch kampioen wordt op het koningsnummer en daarnaast die tien kilometer in het IJsselmeer ook nog op je naam schrijft. Natuurlijk is dit haast een onmogelijke opdracht en niemand zal het je kwalijk nemen als het je niet lukt. Maar gelóóf in je eigen droom, maak de juiste keuzes en ga ervoor! En als je toch bezig bent, werk dan samen met een maatje daarna nog even twaalf Big Macs naar binnen. Want records zijn er per slot van rekening voor om gebroken te worden.
|